Veiligheid | Publicaties
De publicaties van het Nicis Institute zijn gratis. Ze zijn echter uitsluitend te bestellen door de doelgroepen van het Nicis Institute. Dit zijn betrokkenen bij het grotestedenbeleid in Nederland (in de 31 grote steden, G4 en G27, bij de rijksoverheid, bij maatschappelijke instellingen en koepels van overheden) en medewerkers van universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen.
|
De praktijk van Vliegende Brigades
|
|

|
In het rapport ‘de praktijk van Vliegende Brigades’ vindt
u de resultaten uit het onderzoek naar de doelen, werkprocessen en
opbrengsten van Vliegende Brigades in Amsterdam. Een Vliegende
Brigade is een samenwerkingsverband tussen partijen op het gebied
van lokaal veiligheidsbeleid. Vliegende Brigades hebben het doel
overlast terug te dringen door extra toezicht en
handhaving.
|

|
|
Strategieën van lokale veiligheid
|
|
|
Sociale veiligheid is vanaf medio jaren tachtig
uitgegroeid tot het werkveld van vele publieke en private
organisaties. Sindsdien zijn de ontstane samenwerkingsverbanden er
niet overzichtelijker op geworden. Voor gemeenten en stadsdelen is
het een grote uitdaging om richting te geven aan die complexe
veiligheidsnetwerken.
Deze bundel biedt u een overzicht van wetenschappelijke
inzichten over de sturing van lokale veiligheidszorg. Enerzijds
gebeurt dit door kritische reflectie onder andere door Jan
Terpstra, Miriam Krommendijk en Bas van Stokkom. Anderzijds door
het geven van praktische wenken voor lokaal ingebed
veiligheidsbeleid door Hans Boutellier, Erik van Marissing en de
redacteur van de bundel, Ronald van Steden.
|
|
|
Plannen in de praktijk, praktijk in de
plannen
|
|

|
Drie benaderingen van de kloof tussen
plan en praktijk in de crisisbeheersing Vooraf opgestelde
crisisplannen worden in geval van incidenten zelden volledig
uitgevoerd en bieden onvoldoende aangrijpingspunten om crisis te
beheersen. Sterker nog: talloze incidentenevaluaties suggereren dat
plannen op het cruciale moment vaak helemaal niet gebruikt worden.
Dit blijkt uit het onderzoek van Berenschot, Nicis Institute, TU
Delft en de gemeente Amsterdam. Centraal in dit onderzoek staat de
kloof tussen plannen en de praktijk, inclusief een aantal
aanbevelingen om de operationele plannen te verbeteren en om de
kloof tussen plan en praktijk te overbruggen.
Auteurs: prof. Hans de Bruijn (TUD), prof. Ira Helsloot (VU en
brandweer Amsterdam) en adviseurs van Berenschot.
|

|
|
Van kwaad tot erger
|
|
|
Een handreiking voor preventief beleid
Dit onderzoek beschrijft de signalen van toekomstig veelplegen en
geeft beleidsmakers een handreiking voor preventief beleid in de
aanpak van delinquente jongeren. Hiertoe werden 687 brugklassers
onderzocht. Jongeren en hun ouders vulden vragenlijsten in over
delinquent gedrag, achtergrondkenmerken en belangrijke
risicofactoren. Uit het onderzoek kwam onder andere naar voren dat
roken, spijbelen, slechte schoolprestaties en delinqente vrienden
de belangrijkste signalen waren voor aanstaand veelplegen. Het
onderzoek is uitgevoerd door de VU Amsterdam in samenwerking met de
Universiteit Utrecht.
|
|
|
Marokkaanse jeugddelinquenten: een
klasse apart?
|
|
|
Jongens met een Marokkaanse achtergrond
zijn oververtegenwoordigd in Justitiële Jeugdinrichtingen. Gonneke
Stevens en Violaine Veen (Universiteit Utrecht) deden onderzoek
naar de achtergronden van deze jongens om meer inzicht te krijgen
in de reden daarvoor. Zij vergeleken 141 Marokkaanse jongens en 158
Nederlandse jongens tussen de dertien en achttien jaar in
preventieve hechtenis met elkaar én met jongens uit de algemene
bevolking. In dit boekje worden verschillen in delicttypen,
emotionele en gedragsproblemen en de moeder-kind relatie tussen de
groepen beschreven: verrassende resultaten en bevindingen die het
beeld dat over deze jongens bestaat nuanceren.
|

|
|
Van goede wil en samenwerking
|
|
|
inds 2003 zijn in tal van Nederlandse steden
samenwerkingsverbanden opgezet die zich richten op de aanpak van
veelplegers. Justitiële organisaties werken persoonsgericht en
trajectmatig samen met gemeentelijke instanties en
hulpverleningsinstanties, om tot een effectieve aanpak van deze
problematiek te komen. Inge Bakker (Universiteit Twente) beschrijft
in dit boekje hoe de samenwerking in vier grote steden tot stand is
gekomen, hoe deze verloopt en wat de factoren zijn die de
samenwerking beïnvloeden. Onder andere continuïteit binnen de
organisaties, coördinatie en totale regie op het hele traject
blijken zeer belangrijke invloeden te zijn.
|
|
|
20 jan 2010