Antidiscriminatieprogramma Gelijk=Gelijk? heeft effect
Onder 380 leerlingen van 14 Amsterdamse basisscholen in stadsdeel Zeeburg heeft het programma Gelijk=Gelijk? gedraaid. Het tegengaan van discriminatie loopt als een rode draad door Gelijk=Gelijk?, waarbij homofobie, islamofobie en antisemitisme specifieke aandacht krijgt. Het lesprogramma bestaat uit zeven bijeenkomsten die worden begeleid door een team van 'peereducators'; jongvolwassenen met een islamitische, joodse en/of homoseksuele achtergrond. A.G. Advies en Stichting Voorbeeld werden gevraagd om het lesprogramma te evalueren met alle betrokkenen. Uit de evaluatie kwam naar voren dat het programma ervoor zorgt dat vooroordelen bespreekbaar worden gemaakt, met als resultaat dat een minderheid van de leerlingen vooroordelen heeft.
De volgende drie vragen stonden centraal de evaluatie:
-
Hebben de leerlingen op de scholen in Zeeburg te maken met (problemen op het terrein van) segregatie, vooroordelen en/of discriminatie?
-
Wat zijn de effecten van Gelijk=Gelijk?
-
In hoeverre sluit het lesprogramma Gelijk=Gelijk? aan op de behoeften en wensen van het onderwijs?
Vragenlijsten, interviews en observatie
Voor de evaluatie zijn er vragenlijsten afgenomen onder
380 leerlingen. Daarin werden onder andere de volgende vragen
gesteld: Hoe beoordelen de leerlingen de omgang tussen kinderen in
hun klas, op hun school en in hun buurt? Hoe denken zij over
schelden/discrimineren? Hebben zij zelf ervaringen met
discriminatie? Weten zij dat er een meldpunt voor discriminatie
bestaat? Naast de vragenlijsten is er tijdens de lessen
geobserveerd en zijn er een aantal interviews afgenomen. Er hebben
een aantal diepte-interviews met de peereducators plaatsgevonden en
daarnaast zijn de docenten face-to-face geïnterviewd.
Uit de evaluatie zijn de volgende conclusies gekomen
-
Leerlingen komen op twee manieren in aanraking met segregatie: binnen het schoolsysteem en na schooltijd.
-
Ruim een kwart van de leerlingen geeft aan een of meerdere malen discriminatie te hebben ervaren.
-
67,9% van de leerlingen keurt het schelden voor ‘homo’ af, iemand uitschelden vanwege diens geloof of cultuur wordt door 86,2% afgekeurd.
-
Homoseksualiteit ligt het moeilijkst bij de groepen leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond, van wie respectievelijk 41,5% en 47,5% liever geen homoseksuele docent wil.
-
Voor veel leerlingen hebben begrippen als vooroordelen en stereotypen een hoog abstractieniveau; 93,4% kende het begrip discriminatie wel en meer dan de helft was niet bekend met de mogelijkheid om discriminatie te melden.
Effecten van Gelijk=Gelijk?
-
54% van de leerlingen geeft zelf na afloop aan minder vooroordelen te hebben.
-
Ruim een kwart (26,1%) van de leerlingen beoordeelt de omgang tussen klasgenoten sinds deelname aan Gelijk=Gelijk? als ‘verbeterd’, de overige leerlingen zien ‘geen verschil’.
-
Het percentage leerlingen dat het schelden met ‘homo’ afkeurt is gestegen van 67,9% naar 75,6%.
-
De meeste docenten merken op dat leerlingen na afloop meer bezig zijn met het onderwerp, maar zien geen attitude- of gedragsveranderingen.
-
Uit de nameting komt naar voren dat de meerderheid van de leerlingen discriminatie afkeurt en zich bewust is van de negatieve gevolgen ervan.
Naar aanleiding van de evaluatie worden de volgende aanbevelingen gedaan
- Het lesprogramma Gelijk=Gelijk? zal in de toekomst ‘meer op maat’ aangeboden moeten worden, rekeninghoudend met de context en vraagstukken van iedere specifieke school.
-
De kern van Gelijk=Gelijk? bestaat bij voorkeur uit de basisonderdelen: peereducation, excursies en een eindmanifestatie.
-
Het overbrengen van theoretische kennis kan beter en efficiënter voorafgaand aan Gelijk=Gelijk? gebeuren. Voorwaarde is dat er een goede docentenhandleiding wordt ontwikkeld.
-
Over de gehele linie is Gelijk=Gelijk? gebaat bij een korter theoretisch programma, zodat er meer tijd is voor actieve opdrachten en inhoudelijk spel.
-
In het geval dat Gelijk=Gelijk? wordt gevolgd door scholenduo’s, is het meeste effect te verwachten van een koppeling van scholen die bij elkaar in de buurt liggen.
-
Het werken in kleine groepen bevordert de effectiviteit. Over het geheel genomen zal er minder klassikaal en meer in kleine groepjes gewerkt kunnen worden. De maximale groepsgrootte bij scholenduo’s is 40 leerlingen.
-
Het bestaande schriftelijke materiaal verdient inhoudelijk aanvulling met begrippen, feiten, actualiteiten en meldpunten.
-
30 Peereducators moeten getraind worden op ‘verdieping’ van de discussie met leerlingen. Zowel op het vlak van vaardigheden als op kennis. Zij moeten kennis hebben van actuele ontwikkelingen en feiten waarmee ze de discussie over discriminatie en vooroordelen kunnen voeren.
Kennisverspreiding
Titel: 'Gelijk=Gelijk?': Onderzoek naar de effecten en
aansluiting van een antidiscriminatieprogramma op Zeeburgse
basisscholen
Auteurs: drs. Amy-Jane Gielen en drs. Eva Klooster
Datum van uitgave: 22 juni 2010
Email: a.gielen@agadvies.com en
eva@stichtingvoorbeeld.com