Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld

Bewoners betrekken bij de wijkveiligheid: Doe je de dingen goed, of doe je de goede dingen?

“Veel professionals zeggen: ik heb mijn doelstelling behaald. Ik heb zoveel jongeren betrokken bij mijn activiteit of iets dergelijks. Maar komt de wijk daarmee ook verder? Het feit dat je het goed doet, zegt nog niet dat je de goede dingen doet.” Aan het woord Erik van Marissing (Verwey-Jonker Instituut) en Inge van der Beijl (TNO), onderzoekers in het traject wijkveiligheidsaanpak. Met dit traject willen de onderzoekers een methode ontwikkelen voor gemeenten om bewoners voor langere tijd te betrekken bij wijkveiligheid. De pilot in de wijk Transvaal te Den Haag zal binnenkort worden afgerond. De onderzoekers lichten het verloop van de pilot toe.

Bevindingen: waar u op moet letten bij het bevorderen van burgerparticipatie voor de wijkveiligheidsaanpak

Het traject is nog niet geëvalueerd. Daarom zijn er nog geen concrete conclusies geformuleerd. De pilot in de wijk Transvaal laat wel een aantal aanbevelingen zien:

  • zorg als gemeente voor goede randvoorwaarden;
  • bepaal welke groepen bewoners van belang zijn bij wijkveiligheid en ga met hen in gesprek;
  • bekijk wat er nu al gebeurt op het gebied van veiligheid en ga van hieruit na wat er nog meer mogelijk is;
  • de logica van de burger is anders dan de logica van de overheid. Ga daarom uit van de belevingswereld van de burger.


De methodiek zal onder andere uit een checklist bestaan met deze aanbevelingen. Van Marissing: “De methodiek bestaat vooral uit bouwstenen. De basis blijft hetzelfde maar de invulling kan per stad of wijk verschillen.”

Bepaal welke initiatieven bij het doel passen

De onderzoekers constateerden dat het niet altijd zo is dat alle initiatieven op het gebied van wijkveiligheid bijdragen aan het gestelde doel. Van der Beijl: “Wat we willen in de wijk is benoemen waar je het over eens bent en daarmee het doel en de organisatie bepalen. Welke initiatieven werken goed voor het doel en welke initiatieven passen misschien minder goed bij wat we willen. Het feit dat je het goed doet, zegt nog niet dat je de goede dingen doet.”

Zorg voor randvoorwaarden om participatie op gang te brengen

De pilot in de wijk Transvaal bracht ook naar voren dat het belangrijk is als gemeente om randvoorwaarden te creëren om participatie van bewoners op gang te brengen. Van Marissing: “Je kunt niet verwachten dat mensen zelf actief worden en gaan participeren. Je moet eerst een aantal zaken op orde hebben. Hoe zit het bij onze bewoners? Hebben zij urgentie om te participeren? Zijn zij georganiseerd of juist niet? Zijn er vervelende onderlinge relaties/strijd/concurrentie? Je kunt bijvoorbeeld wel aan buurtvaders denken, maar je moet dan wel een groep mannen hebben die betrokken zijn bij hun wijk. Als je die groep niet hebt, dan kan je wel gaan investeren in buurtvaders, maar dan heeft dat geen effect.”

Probeer als overheid te luisteren naar de signalen van de bewoners

“Probeer als overheid niet mensen bij elkaar te halen rond thema's die jij belangrijk vindt, maar andersom. Dat is een hele belangrijke les geweest in de pilot. Niet alleen wil je dat iedereen dezelfde kant opkijkt, maar zorg er als instantie ook voor dat je begrijpt waarom mensen op een bepaalde manier iets zien”, stelt Van Marissing. Om er achter te komen hoe de bewoners in de wijk Transvaal écht denken over veiligheid hebben de onderzoekers gewerkt met moeilijk bereikbare doelgroepen: de vrouwen, de ondernemers en de Marokkaanse mannen en jongens. De standaardvragen leverden weinig op. Het zoeken van aansluiting bij de leefwereld werkte veel beter. Van der Beijl voegt toe: “De vrouwen vormden een moeilijke groep. Ze zijn erg versnipperd en praten over veiligheid was lastig. Er was weinig urgentie en er heersten taboes. Om toch een binding te creëren, moet je praten over andere zaken die zij wel van belang vinden zodat je een voelspriet houdt in die groep, bijvoorbeeld over taal of werk. Probeer in het gesprek erachter komen wat de beweegredenen zijn van de groep en op welke manier dit met het thema veiligheid is te verbinden.”

Sense of urgency is belangrijk in bewonersparticipatie

Het werken met doelgroepen heeft onder meer duidelijk gemaakt dat een sense of urgency bij de bewoners belangrijk is voor de participatie. Van Marissing: “Bij de ondernemers zagen we dat de urgentie hoog genoeg was om stappen te zetten.” “Een werkbezoek aan een winkelstraat in het buitenland deed hen beseffen dat ze met dezelfde problemen kampen en dezelfde belangen hebben. De ondernemersvereniging kent nu veel meer draagvlak om veiligheidskwesties aan te pakken”, vult Van der Beijl aan.

De logica van de burger is anders dan de logica van de overheid

De pilot in Transvaal bracht ook aan het licht dat de beleving van de bewoners verschilt met de beleving van de overheid. Van Marissing: “Wees er bewust van dat je dingen doet die effect hebben op de beleving van mensen. Projecten worden bijvoorbeeld stopgezet terwijl mensen geen idee hebben waarom ze ophouden.” Van der Beijl: “ De overheid denkt veel meer in grote stappen en wil snel resultaten. Maar de burger denkt in kleine stappen. Maar die zijn wel van significante toegevoegde waarde. De wijk heeft een stevige basis nodig, heldere structuren en duidelijke groepen. Dat is er niet opeens. Dat heeft tijd nodig.”

Achtergrond onderzoekstraject Wijkveiligheidsaanpak

Het traject wijkveiligheidsaanpak is in 2008 gestart in opdracht van het Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid (CCV). De uitvoerende partijen zijn Verwey-Jonker Institituut, TNO en Twynstra Gudde. Om de juiste informatie te verzamelen in de pilot hebben de onderzoekers onder andere een week lang 'geleefd' in de wijk Transvaal.

 

Auteur: Ghatiedja Khadje

 


14 jun 2011


Zoeken in de website: