Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld

Verlaag de drempel om mee te praten met de Hartman-methode

“Burgers willen graag meepraten over hun buurt, maar de drempel ligt vaak te hoog. Daarom moet je de bewoners in hun eigen vertrouwde omgeving opzoeken”. Dit stelt Jan Markerink, deelgemeentevoorzitter van Overschie. In deze Rotterdamse deelgemeente bellen deelraadsleden, bestuurders en beleidsambtenaren samen met hun partners in de wijk, zoals de politie, het welzijnswerk, gemeentelijke diensten en wooncorporaties, bij bewoners aan om hen uit te nodigen voor een gesprekje over de buurt. “Wij rijden op een zaterdag onaangekondigd met stoelen, tafels, koffie en koek naar een aantal straten toe. We zetten de meubels in de straat neer, bellen bij buurtbewoners aan en vragen hen aan een van de tafels plaats te nemen en over hun ervaringen in de wijk te vertellen”. Deze methode noemen ze de Hartman-methode, naar het merk van de tuinmeubels die Overschie gebruikt. De integrale aanpak maakt de methode zeer succesvol. Door de aanwezigheid van de verschillende partners kan voor veel problemen meteen een oplossing worden gezocht. De ervaringen en ideeën van de bewoners vormen de basis van nieuwe beleidsplannen. “Alle gemeenten zouden deze methode moeten toepassen. Zo hoor je ook de ideeën van minder actieve bewoners, die bijvoorbeeld niet zo snel op een aangekondigde inloopavond afkomen”.

Beschrijving

Jan Markerink is erg enthousiast over de methode. Vier keer per jaar gaan de verschillende partners een hele dag de wijk in om naar de bewoners te luisteren. “Je krijgt natuurlijk veel negatieve verhalen te horen, over wat er allemaal mis is en wat er beter kan, maar je hoort ook de positieve dingen. We bellen overal aan en bereiken zo een dwarsdoorsnede van de bevolking. Zo krijg je een goed beeld van wat er in de wijk speelt”. En het goede is dat burgers er niets voor hoeven te doen “We komen gewoon naar ze toe”, aldus Markerink. Naast de vier zaterdagen per jaar waarin deze ‘Hartman-methode’ standaard wordt toegepast, organiseert de deelgemeente deze dagen soms ook om beleidsplannen voor te leggen, en wanneer er evenementen hebben plaatsgevonden.

Toen de Overschiese wijk Kleinpolder door Minister Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie, als één van de veertig krachtwijken werd aangewezen lagen de plannen voor de verbetering van de wijk al ongeveer klaar “Daar hadden we al met de bewoners over gesproken. We vragen de bewoners wat voor rapportcijfer ze aan de buurt geven. Als ze dan bijvoorbeeld ‘een zes’ zeggen vragen wij weer ‘en hoe kunnen we nou zorgen dat het een tien wordt?’ Op deze manier krijgen bewoners de kans om wensen en ideeën aan te dragen en daar moeten wij beleid van maken. De informatie die we krijgen zetten we altijd om in beleid. Op klachten die snel zijn te verhelpen, zoals scheve stoeptegels, laten we snel actie ondernemen”.

Jan Markerink benadrukt wel dat deze ‘Hartman-methode’ een additioneel middel is. Gemeenten moeten het niet in plaats van andere bijeenkomsten gebruiken, maar ze kunnen het erbij doen. Naast de outreachende benadering en de open en ontspannen sfeer van de gesprekken ligt de kracht van de methode ook in de integrale aanpak. Doordat de verschillende partners in de wijk samen naar de mensen toegaan kan er ook meteen met de betreffende organisaties over de aanpak van de problemen gesproken worden.


18 mrt 2008


Zoeken in de website: