Direct naar Hoofdmenu / Zoekveld

Tegenkracht organiseren: zelfregulering tegen perverse financiële prikkels

Goedbedoelde sturingsinstrumenten die aanvankelijk productief waren kunnen leiden tot perverse financiële prikkels. Goede bedoelingen raken dan uit het zicht en financiële prikkels werken verkeerd uit. Het is belangrijk om tegenkracht te organiseren binnen een organisatie, zodat voldoende zelfregulering kan bestaan. Dat staat in het advies ‘Tegenkracht organiseren’ dat de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) op 24 januari 2012 publiceerde.

Cito-toets: sturingsmechanisme gaat eigen leven leiden

De Cito-toets is een voorbeeld van een goedbedoeld en productief sturingsinstrument dat tot ongewenste neveneffecten leidt. In het basisonderwijs kan de Cito-toets een dusdanig eigen leven gaan leiden dat leerlingen als het ware hun Cito-score wórden. Omdat iedereen zo veel waarde aan deze toets hecht, bestaat het gevaar dat het onderwijs zich alleen nog ten dienste stelt van het behalen van een hoge Cito-score.

Meervoudige belangen gereduceerd tot platte classificaties

Perverse effecten treden vaak op als moeilijk te vermijden bijproducten van goedbedoelde sturingsinstrumenten. Meervoudige belangen concurreren vaak met elkaar. Zo richt de zorgsector zich op individuele hulpverlening aan zorgbehoevende  mensen, maar tegelijkertijd moeten instellingen altijd rekening houden met het beschikbare budget. Sturingsinstrumenten, zoals indicatiestelling op basis van objectieve criteria, zouden deze tegenstrijdige belangen met elkaar moeten verenigen. In de praktijk blijkt dat een utopie. Indicatiestelling kan er toe leiden dat zorginstellingen zich vooral richten op ‘zwaardere’ cliënten om zo meer geld binnen te krijgen.

Abstraheren – domineren – strategisch handelen

Het proces waarin een productief sturingsmechanisme omslaat in een pervers sturingsmechanisme verloopt in 3 stappen.

  1. Meervoudige belangen worden geabstraheerd in een sturingsmodel.
  2. Eén belang gaat domineren (vaak het financiële belang).
  3. Alle actoren gaan strategisch handelen – op een manier die vooraf niet ingecalculeerd is. Iedereen binnen het systeem voegt zich naar één overheersend dominant belang.
Bij de derde stap is er voor opbouwende gefundeerde kritiek vaak geen plaats meer.

Zelfregulering effectiever dan extern opgelegde correcties

Binnen organisaties is niet altijd voldoende ruimte voor andere zienswijzen en tegengeluid, wat kan leiden tot tunnelvisie en kuddegedrag.
De RMO doet enkele aanbevelingen:
  • Voorkom dat een instrument een belang op zich wordt. Zorg dat instrumenten gevarieerder en minder rigide worden toegepast.
  • Maak mogelijk dat er voortdurend tegendruk is binnen de eigen organisatie of sector die bestaande handelingspatronen ter discussie kan stellen. Voorkom kuddegedrag en collectieve verblinding.
  • Zorg dat er draagvlak is voor zelfsturing. Correctiemechanismen met draagvlak binnen de eigen organisatie zijn effectiever dan extern opgelegde correcties. Extern toezicht is wel nodig, maar vooral om toe te zien of er voldoende zelfregulering is.

 

Bron: RMO, Socialevraagstukken.nl

30 jan 2012


Zoeken in de website: